• Niet-aangeboren hersenletsel

    BIJ KINDEREN:
    Doelgroep:
    Kinderen en jongeren tot en met 16 jaar met verworven hersenletsel.

    Omschrijving:
    De meest opvallende stoornissen, de motorische stoornissen, verlamming en sensibiliteitsstoornissen, geven beperkingen die zich manifesteren op het vlak van de zelfredzaamheid. Daarnaast vertonen deze kinderen echter ook vaak cognitieve stoornissen: problemen op het vlak van het geheugen, de aandacht, de waarneming en het denkvermogen. Veelal vindt men ook communicatiestoornissen, veroorzaakt door de uitval of verstoring van de expressieve en receptieve taal. Op korte of lange termijn geeft dit zijn consequenties voor het functioneren op school, bij het lezen, schrijven en rekenen. Een kind met NAH moet dus geholpen worden om verder te ontwikkelen en te leren met een geschonden brein.

    Het kind in zijn omgeving:
    Er is ook nog een sociaal-emotionele dimensie. Deze kinderen vertonen vaak stemmingsstoornissen en persoonlijkheidveranderingen bovenop hun andere problematiek. Koppel dit aan een veranderd zelfwaardegevoel, een verminderde draagkracht en de reactie hierop van de omgeving en het beeld van de gevolgen van de NAH wordt stilaan volledig. Sociaal verandert er veel: zowel de contacten met de gezinsleden als met de leeftijdsgenoten worden anders.

    Diagnostiek:
    In onmiddellijke aansluiting op de acute fase onderzoekt het multidisciplinair team alle neuropsychologische en motorische functies, de functionaliteit, het gedrag en het zelfwaardegevoel van het kind, de omgang en de verwerking bij de gezinsleden, de beperkingen aan de woning, ...

    Behandeling:
    Het team stelt een individueel aangepast therapieprogramma op. Verloren gegane functies en vaardigheden worden opnieuw getraind, rekening houdend met de beperkingen. Soms moeten andere strategieën aangeleerd worden of worden compensaties bedacht. Er worden regelmatig gesprekken gevoerd met de ouders (en hulpverleners, school,...) om het gezin te helpen omgaan met de veranderde situatie en het kind te begeleiden bij de opvang thuis, de schoolkeuze, de keuze van vrijetijdsbesteding, ...

    Doel:
    Wij betrachten een zo hoog mogelijke integratie in het gezin, de school en in de sociale relaties. De ouders worden begeleid in hun zoeken naar een nieuw evenwicht tussen hun verwachtingen en de beperkte(re) mogelijkheden van hun kind.

    BIJ VOLWASSENEN:
    Niet-aangeboren hersenletsel is vaak het gevolg van een cerebrovasculair accident (C.V.A.), van een (verkeers)ongeval, een tumor, een ontsteking, ... De gevolgen van een hersenletsel kunnen meervoudig en complex zijn. Men kan problemen hebben met de taal en de spraak. Er kunnen verlammingen optreden. De patiënt kan zijn emoties minder beheersen. Het geheugen kan gestoord zijn. Het zicht of het gehoor wordt soms beperkt. Een combinatie van stoornissen maakt gezonde mensen en hun gezin op slag afhankelijk en hulpeloos.

    Er is zeker spontaan herstel mogelijk, maar revalidatie van de gevolgen van hersenletsel blijft noodzakelijk. Zelfredzaamheid, motoriek en communicatie kunnen verbeteren door dagelijkse training. Volledig herstel is dikwijls uitgesloten, maar mits een intensieve training kan men, zelfs met blijvende beperkingen, een zelfstandig en kwaliteitsvol leven uitbouwen.

    Diagnostiek:
    In samenwerking met het ziekenhuis wordt de patiënt, die revalidatie nodig heeft en thuis wil wonen, zo snel mogelijk verwezen. Het multidisciplinair team onderzoekt alle neuropsychologische en motorische functies, de functionaliteit, het gedrag en de zelfwaarde van de patiënt, de omgang en de verwerking bij de gezinsleden, de beperkingen aan de woning, ... De patiënt moet de verplaatsing naar het centrum aankunnen en willen.

    Behandeling:
    Onder leiding van de revalidatiearts stelt het team een therapieprogramma op per patiënt.
    Er wordt gewerkt aan:

    • de verbetering van de taal, de spraak en het gehoor
    • het bewegen, het leren stappen, ...
    • het opnieuw aanleren van dagelijkse activiteiten als: wassen, kleden, ...
    • het geheugen, de waarneming, het denken, ...
    • het aanleren van huishoudelijke activiteiten: aardappelen schillen, ...
    • het zoeken naar vrijetijdsbesteding, het aanpassen van de woning, ...
    • het bespreken en verwerken van de emotionele problemen van de patiënt en het gezin.

    De sociaal assistente helpt bij het administratieve en bij het zoeken naar oplossingen voor praktische en juridische problemen. Zowel individuele therapie als groepsbehandeling zijn mogelijk. Ervaringen met lotgenoten kunnen een steun betekenen.

    Doel:
    Wij betrachten een zo hoog mogelijke integratie in het gezin, op het werk en in de sociale relaties. Wij werken aan het herwinnen van de zelfstandigheid en het gevoel van eigenwaarde. Wij willen het gezin bijstaan bij het zoeken naar een nieuwe rolverdeling.